ADHD – Leer- en gedragsproblemen

ADHD staat voor: “Attention Deficit Hyperactivity Disorder”. Kinderen (en ook volwassenen) met deze aandoening hebben concentratieproblemen, zijn hyperactief en erg impulsief. Wat kan chiropractie doen?

Door wervelblokkades kunnen impulsen naar de hersenen verstoord worden waardoor de hersenen geremd worden in het functioneren. Deze wervelblokkades kunnen al zijn ontstaan bij de geboorte of naderhand door bijvoorbeeld een valpartij. Een bewegingsstoornis tussen wervels vermindert proprioseptische impulsen naar de hersenen. Proprioseptische impulsen zijn zenuwprikkelingen die de hersenen informatie geven over de beweeglijkheid van de wervelkolom en andere gewrichten.

Hyperactiviteit is een onbewuste reactie om door het bewegen van het lichaam de proprioseptische impulsen te verbeteren. Vaak is men zich er niet van bewust dat er blokkades in de wervelkolom aanwezig zijn. Dit komt omdat veel zenuwen geen pijnboodschappen zenden en niet uit gevoelsvezels bestaan. Het hyperactieve kind is dus neurologisch benadeeld door één of meer fysieke redenen.

Een chiropractor diagnosticeert, behandelt en werkt preventief aan bewegingsstoornissen van de wervelkolom en de effecten hiervan op het zenuwstelsel. Het doel van de chiropractische behandeling is dus normalisering van de zenuwdoorstroming.

Praktijk Blaauw heeft in in februari 2004 het trainingsprogramma geïntroduceerd, in dit programma werken chiropractie, neurofeedback, trainsters, interactieve metronoom training en voedingsdeskundige samen aan bovenstaande problematiek.

Gedrag- en leerproblemen.

Functionele chiropractische neurologie  kan een belangrijke rol spelen bij kinderen, maar ook volwassenen, met gedrag en leerproblemen..

In Nederland heeft 3 tot 5 procent van de kinderen tot 16 jaar ADHD. Dit zijn 60.000 tot 100.000 kinderen in Nederland. Over de oorzaken tasten de wetenschappers nog steeds in het duister, erfelijkheid, voeding, omgevingsfactoren, allergieën, computer, inactiviteit, etc. worden als mogelijke oorzaken genoemd, waarschijnlijk is het een combinatie van deze factoren.

Niet stil kunnen zitten, moeite hebben met concentreren, gedrags- en leerstoornissen. Het zijn de kenmerken van mensen die lijden aan ADHD, oftewel Attention Deficit Hyperactiviteit Disorder.

Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat de hersengebieden die van belang zijn voor de aansturing van de motoriek, zoals de kleine hersenen, bij kinderen met ADHD kleiner zijn. Deze onderontwikkeling van de kleine hersenen heeft directe gevolgen voor de activering van bepaalde gebieden van de grote hersenen, zoals de voorhersenen. Een verminderd functioneren van de kleine hersenen uit zich o.a. in verminderde fijne motoriek, onhandigheid, balansproblemen, problemen met oogbeweging, het moeilijker leren van nieuwe motorische taken etc. Door de tragere ontwikkeling van de grote hersenen kunnen er problemen ontstaan in planning, besluitvorming, sociale vaardigheden, emoties, timing, in schatten van problemen etc.

Als behandeling wordt vaak Ritalin voorgeschreven. In Nederland vertienvoudigde het aantal voorgeschreven tabletten Ritalin tussen 1995 en 1999 van 2,2 miljoen naar 22 miljoen. Ritalin geneest het probleem niet maar weet in te grijpen in het chemisch functioneren van de hersenen, zodra de inname van de medicatie wordt gestaakt zijn de problemen echter weer terug. Dat Ritalin ook ongewenste bijwerkingen heeft wordt langzamerhand steeds meer bekend.

Juist omdat de ontwikkeling van de hersenen op jeugdige leeftijd goed te beïnvloeden valt, vindt chiropractor Blaauw het niet trainen van de hersenen een gemiste kans, met mogelijke grote problemen op latere leeftijd. In praktijk chiropractie Blaauw wordt er al enige jaren gewerkt met een programma wat op deze aspecten in speelt. Door middel van speciale oefeningen, o.a. met de interactieve metronoom(IM), Tens, oogoefeningen, balansoefeningen en chiropractische correcties, ter stimulering van de onderontwikkelde hersengebieden en voedingsadviezen.

De IM traint de hersenen effectiever informatie te plannen, te groeperen en te verwerken, verbetering van coördinatie en timing, door het herhalen van precieze activiteiten. Een koptelefoon plus hand- en voetsensoren worden gedragen terwijl de patiënt oefeningen herhaald op een door de computer aangegeven ‘beat’. Per week worden er gemiddeld 2  sessies van een half uur uitgevoerd. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de IM positief effect heeft op:

  1. Aandacht en concentratie
  2. Coördinatie
  3. Taalontwikkeling
  4. Leesvaardigheid
  5. Controle over agressie en impulsiviteit
  6. Wiskundige vaardigheden

Jose IM

 

Primitieve reflexen

Introductie

De benadering van praktijk Blaauw heeft als doel een ontstane ontwikkelingsachterstand te verminderen of te laten verdwijnen. Reflexen geven inzicht in het ontwikkelingspatroon van kinderen. Aan de hand van specifieke reflexen kan mede bepaald worden in welk stadium de ontwikkeling van het kind zich bevindt.

Wanneer een baby geboren wordt, verlaat hij de baarmoeder naar een nieuwe omgeving met een   overweldigende hoeveelheid prikkels. Hij kan deze nog niet goed verwerken. Als deze sterk of plots zijn, zal hij reageren maar heeft nog geen idee van de betekenis. Om te overleven is een baby uitgerust met een aantal primitieve reflexen (PrR). PrR kunnen worden gedefinieerd als motorische reactiepatronen die optreden in (de pre- of postnatale fase van) de ontwikkeling van het jonge kind. Ze zijn bedoeld om een directe respons te verzekeren om zodoende te voldoen aan constant veranderende behoeftes. De PrR vormen tevens een essentiële training voor latere vrijwillige vaardigheden. Het brein leert in de loop van maanden deze reflexen te controleren en in een later stadium te onderdrukken.

Deze PrR hebben dus een tijdelijke aanwezigheid.

Reflexen algemeen.

Bescherming

Het primaire doel van PrR is vooral bescherming. Het zorgt voor reactie van de baby op prikkels van buiten en van binnen. Geluid, licht, pijn, koude, honger en aandacht  zijn voorbeelden hiervan. Naarmate de baby groeit leert het deze onwillekeurige reacties te sturen.

Leren bewegen

Zodra de ontwikkeling van het brein vordert, zal de controle op deze PrR toenemen en  onwillekeurige reacties kunnen worden omgezet naar willekeurige bewegingen. Een goed voorbeeld hiervan is de zogenaamde ‘grijpreflex’. Deze zorgt voor het knijpen van de vingers zodra de handpalm gestimuleerd wordt. Enige controle hierin zorgt ervoor dat het kind dingen vastpakt (reflexmatig) en vervolgens direct weer weggooit (vrijwillig de handen weer openen).

Controle

Het is voor de ontwikkeling van het kinderbrein van groot belang dat een volledige controle ontstaat. Voor goed en adequaat functioneren hebben de grote hersenen de regie. Het lichaam is daarin het gereedschap.

Enkele functies van Primitieve Reflexen

  • Helpen bij de geboorte, invloed op de eerste ademhaling, stimuleren iedere nieuwe spieroefening (spierspanning) en stimuleren vaardigheden zoals: grijpen, luisteren, evenwicht en focussen

De Primitieve Reflexen zijn:

  • Mororeflex, zuigreflex, grijpreflex, trekreflex, loopreflex. tonisch nekreflex (symmetrisch en asymmetrisch)

Posturale reflexen

Na het eerste levensjaar moeten de primitieve reflexen onderdrukt worden zodat er ruimte komt voor de posturale reflexen (PoR), ook wel houdingsreflexen genoemd. PrR hebben dus een tijdelijke functie, dit in tegenstelling tot PoR die het verdere leven actief blijven. Door het ontwikkelen van de PoR krijgt de baby controle over zijn hoofd, ledematen en romp. Dit is onder andere nodig om te kunnen zitten, staan, lopen en om evenwicht te bewaren. Deze PoR zijn dus aangeleerd, we kunnen dus eigenlijk beter spreken van reacties i.p.v. reflexen.

Posturale Reflexen zijn:

  • Hoofdrechtings reflex, amfibie reflex, segmentale rolreflex

Andere blijvende reflexen

  • Diepe peesreflexen, hoesten/niezen, slikken/braken, pupilreflex, oogknipper reflex

Ontwikkeling van het brein

Een normale ontwikkeling van de hersenen verloopt met een specifieke snelheid en patroon. Afwijkingen hierin laat zich o.a. zien door een veranderd reflexenpatroon.

Eerst: Het primitieve brein (hersenstam); ademhaling, stofwisseling, en temperatuur-regulatie.

Vervolgens de grote (cerebrum) en kleine (cerebellum) hersenen: houding, beweging en sociaal/academische functies. De grote hersenen leren uiteindelijk de hersenstam te controleren.

Aanwezigheid van primitieve reflexen op latere leeftijd.

Om aan te tonen dat het brein volgens behoren ontwikkelt, hebben we een aantal metingen nodig. Aanwezigheid van PrR is een mogelijkheid om objectief te oordelen over de ontwikkeling van de persoon in kwestie. Zoals eerder vermeld is het noodzakelijk dat de hersenen deze primitieve reflexen leren onderdrukken. Is dit niet het geval dan toont dit een mogelijke ontwikkelingsvertraging, dan wel stoornis aan.

Al het leren vind plaats in het brein; dit is hét orgaan dat functioneert als een ontvanger van informatie en doorstuurt waardoor kennis ten uitdrukking komt. In deze ligt beweging ten gronde aan het leren. Leren, taal en gedrag zijn alle deels verbonden aan de functie van het motorische systeem.

Controle over het lichaam legt ook de fundering voor zelfcontrole.

De meeste leer- en ontwikkelingstechnieken hebben als doel het verbeteren van de hogere centra in het brein. Praktijk Blaauw richt zich op alle, dus ook op de lagere delen in het brein, oftewel de hersenstam.

Het is algemeen bekend dat gedurende het rijpingsproces van de hersenen de hogere centra de controle overnemen en de lagere centra gaan sturen. Echter, een blijvende dominantie van de lagere centra zal ongetwijfeld een effect hebben op het functioneren van het kind, zijn mogelijkheid tot leren en het gedrag.

In sommige gevallen heeft het kinderbrein deze reflexen niet volledig leren onderdrukken. Hieruit kunnen we concluderen dat de hogere centra nog niet volledig ontwikkeld zijn.  We kunnen dan spreken van ‘frontale ontremmingsverschijnselen’. Naast deze onvolledige ontwikkeling kunnen zaken ontstaan zoals concentratieproblemen, moeite met sociale functies, driftbuien of een slechte coördinatie.

Een welbekend voorbeeld is het gebruik van alcohol. De hersenfunctie neemt af door intoxicatie van alcohol. Men springt van de hak op de tak, wordt sociaal ietwat ontremt (dit kan positief of negatief uitpakken) en met een slechte coördinatie en balans. Zelfs de maag-darm controle wordt beperkt: ziek/misselijk of erger.